Motordiagnoselampje

Het motordiagnoselampje ook wel MIL genoemd (Malfunction Indicator Lamp) geeft weer dat dat het motormanagementsysteem of berekenaar een anomalie van de motor heeft ontdekt ter hoogte van de motor of ter hoogte van het emissiesysteem.

Deze opgelichte indicator geeft verschillende storingen weer door te knipperen, langdurig opgelicht of continu opgelicht te blijven. Het gaat over een emissiestoornis of een motorstoornis , bijvoorbeeld dat er een probleem is met het voorgloei systeem. Het laat de bestuurder weten dat er zich een probleem voordoet ter hoogte van het emissiesysteem.

 

Het diagnoselampje (MIL) knippert 1x per seconde

In dit geval dient de motor zo vlug mogelijk stilgelegd te worden (in alle veiligheid uiteraard) er kan zich in dit geval een motorfalen voordoen (vb als de ontsteking wegvalt bij een benzinemotor bestaat de kans op beschadiging van de katalysator). De motor zal in dit geval in noodloop gaan en zal begrensd worden tot een toerental van om en bij de 3000 T/min voor een benzinemotor en om en bij de 2000 T/min bij een dieselmotor. (deze gegevens kunnen verschillend zijn in functie van de motor).

Het diagnoselampje (MIL) licht op en dooft vanzelf

De foutmelding verdwijnt en wordt niet als gevaarlijk beschouwd (in dit geval spreekt men van een tijdelijke storing) als de foutmelding niet meer voorkomt na 3 opeenvolgende cycli (1 cyclus= starten + rijden wanneer de foutmelding zou kunnen verschijnen + motor stilleggen)

Maar de foutmelding kan in het geheugen van het motormanagementsysteem opgeslagen worden gedurende 40 opwarmingscycli (1 opwarmingcyclus= temperatuurstijging, het gaat van minimum 22°C bij het starten naar minimum 70°C in werking).
Tijdens deze 40 opwarmingcycli kan de foutcode door een technieker uitgelezen worden met een diagnosetoestel.
Als de foutcode niet meer voorkomt, is het uit het geheugen van het motormanagementsysteem gewist.

Het diagnoselampje (MIL) blijft permanent branden

Er is een foutmelding vastgesteld of is steeds aanwezig en moet worden gecorrigeerd. Deze foutmelding heeft betrekking tot het emissiesysteem van de motor en volgens type voertuig bestaat de kans op beschadiging van de katalysator. De tijdelijke gegevens en foutcodes die hiermee overeenkomen, worden op het ogenblik dat ze zich voordoen opgeslagen in het motormanagementsysteem. Deze opgeslagen gegevens kunnen door een technieker opgevraagd worden met behulp van een diagnosetoestel. Hij kan deze foutcodes na het oplossen of herstellen van het probleem, wissen waardoor het diagnoselampje dooft.

 

Gecontroleerde motor en emissie functies zijn:

Benzinevoertuigen :Misfire (verbranding)

  • Misfire (verbranding)
  • De katalysator
  • Het injectiesysteem
  • Luchtinjectie in de uitlaat (Secundaire lucht)
  • Recyclage van de benzinedampen (Canister)
  • Recyclage van de uitlaatgassen (EGR)
  • Controleenheid van LPG (als er plaats is)

Diesel voertuigen :

  • De katalysator
  • De FAP (partikelfilter)
  • Het voorgloeisysteem
  • De uitlaatgasrecyclage (EGR)
  • Het injectiesysteem

Normale werking van het motordiagnoselampje :

Het moet samen met alle andere waarschuwingslampjes oplichten wanneer het contact wordt opgezet voordat de motor wordt gestart. Vanaf het moment dat de motor draait moet dit uit gaan samen met alle andere waarschuwingslampjes. Men kan er van uitgaan dat de motor draait vanaf een toerental van 500 t/min. Het motordiagnoselampje kan tot 3 seconden blijven branden nadat de motor is opgestart. Dit is de controle fase.

 

Vind de professionele

motor Eco cleaning van Bardahl in uw buurt